Een ogenblik geduld a.u.b.

Documenten

De gemiddelde terugverdientijden van energetische maatregelen

Slechts 1 op de 100 huiseigenaren willen investeren in energiebesparende maatregelen. Direct besparen en hun investering op korte termijn terugverdienen is belangrijker dan de toekomst van de volgende generaties en een beter milieu. Jonathan de Vries (Hogeschool Inholland) onderzocht de gemiddelde terugverdientijden van 20 enkele energiemaatregelen en 10 gecombineerde bespaarvarianten. De huidige rekenmethode van het NEN en een database van 4.790 woningen van Woon Onderzoek Nederland (WoOn 2012) dienden als uitgangspunt. De Vries ontdekte dat de NEN-rekenmethode sterk afwijkt van het geregistreerde energieverbruik. Hij paste een aantal factoren aan in de rekenmethodiek, zodat deze beter aansloot bij de energieverbruiken. Daaruit blijkt onder meer dat bewoners een terugverdientijd van langer dan 10 jaar onwenselijk vinden. Deze scriptie is genomineerd voor de BZK Woningmarktscriptieprijs 2017.

2017-11-02 / Rapporten / 79 pagina's / 2601 kB

Are homeowners better citizens?

Jenny Montanus (Vrije Universiteit Amsterdam) onderzocht het gedrag in de buurt van huiseigenaren en huurders van sociale woningen en de vrije huursector. De invloed van huizenbezitters en huurders op burgerschap in Nederland is nooit eerder onderzocht. Montanus ontdekte dat huiseigenaren het meest investeren in contact met en hulp aan de buren. Ook ondernemen ze de meeste activiteiten om de wijk te verbeteren. De huiseigenaren worden gevolgd door huurders uit het sociale woningbouwsegment. De huurders in de vrije sector zijn hekkensluiter. Montanus noemt verschillende mogelijke oorzaken voor deze rangorde. Zo zijn eigenaren van koopwoningen gemotiveerd hun huis te beschermen tegen negatieve invloeden. Ook zijn ze niet van plan op korte termijn te verhuizen. Dat geldt ook voor huurders van sociale woningen. Zij hebben vaak lang moeten wachten op een woning, en zullen deze niet snel inruilen voor een ander huis. Toch is meer onderzoek nodig om deze stellingen te onderbouwen. Deze scriptie is genomineerd voor de BZK Woningmarktscriptieprijs 2017.

2017-11-02 / Rapporten / 88 pagina's / 1951 kB

Ongelijke gevallen, ongelijk behandeld

In 'Ongelijke gevallen, ongelijk behandeld' onderzoekt Bob Witjes (TU-Delft) of het mogelijk is om sociale huurwoningen effectiever toe te wijzen. Hij stelt onder meer dat de vaste inkomensgrens problemen kan opleveren, omdat de budgetten voor woonlasten verschillen per huishouden. Zo kan een éénpersoonshuishouden ongeveer twee tot drie keer zoveel huur betalen als bijvoorbeeld een stel met twee kinderen. Daarom onderzoekt Witjes of er verschillende inkomensgrenzen nodig zijn voor diverse typen huishoudens. En of zo’n gedifferentieerde grens kan leiden tot effectievere toewijzing van sociale huurwoningen. Witjes concludeert dat een gedifferentieerde inkomensgrens de doelgroep in ieder geval beter afbakent. Maar zo’n variabele inkomensgrens leidt niet automatisch tot effectievere toewijzing van sociale huurwoningen. Dat is afhankelijk van meer factoren. Bijvoorbeeld het aanbod in het middensegment. In elk geval wijst deze scriptie uit dat er meer oog moet zijn voor de verschillen tussen huishoudens. Deze scriptie is genomineerd voor de BZK Woningmarktscriptieprijs 2017.

2017-11-02 / Rapporten / 200 pagina's / 5067 kB

Video WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2015

Deze animatiefilm over het WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2015 geeft in twee minuten een beeld van het onderzoek en de resultaten. De belangrijkste uitkomsten van het WoON 2015 passeren de revue.

2016-04-07 / Rapporten / 1 pagina / 14847 kB

Wonen in beweging

Dit rapport geeft op hoofdlijnen de belangrijkste inzichten over de huidige woningmarkt begin 2015, in vergelijking met voorgaande WoON-onderzoeken.

2016-04-07 / Rapporten / 92 pagina's / 2576 kB

Verhuiswensen en feitelijk gedrag op de Nederlandse woningmarkt

Dit rapport is gebaseerd op de Verhuismodule van het WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2006 & 2009. Met de Verhuismodule kan worden gekeken in hoeverre verhuisplannen leiden tot daadwerkelijke verhuizingen. En of de woonwensen (de kenmerken van de gewenste woning) daadwerkelijk worden gerealiseerd. Anders gezegd: de discrepantie tussen gepland en feitelijk verhuisgedrag kan in beeld worden gebracht. Ook geeft het een beeld van het aantal en de kenmerken van ‘spontane verhuizers’. Via onderstaande link komt u bij de infographic van de Verhuismodule: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2013/03/20/woononderzoek-nederland-verhuismodule

2015-11-09 / Rapporten / 86 pagina's / 2773 kB

Video WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2012

Deze animatiefilm over het WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2012 geeft in twee minuten een beeld van het onderzoek en de resultaten. De belangrijkste uitkomsten van het WoON 2012 passeren de revue.

2013-08-07 / Rapporten / 1 pagina / 13236 kB

Wonen in ongewone tijden

De resultaten van het Woononderzoek Nederland 2012 In het rapport “Wonen in ongewone tijden” treft u belangrijkste resultaten van het Woononderzoek Nederland 2012 (WoON 2012). Bijna zeventigduizend mensen zijn bevraagd over hun woonsituatie en eventuele verhuiswensen. De economische omstandigheden en de crisis op de woningmarkt raken veel mensen, de resultaten van het onderzoek maken dat zichtbaar. De afgelopen twee jaar zijn minder huishoudens verhuisd, maar meer huishoudens dan ooit willen verhuizen. Vooral in de koopsector is de doorstroming sterk afgenomen. De vraag naar huurwoningen, zowel in het sociale segment als in de vrije sector, neemt toe. In de huursector is steeds minder sprake van goedkope scheefheid. Met de editie 2012 van het Woononderzoek is een mijlpaal bereikt. Al circa vijftig jaar wordt nu periodiek het wonen in Nederland in beeld gebracht. Dat tekent het maatschappelijk belang van wonen. Bovendien beschikt Nederland hiermee over een unieke reeks van cijfers met betrekking tot de woningmarkt. Daardoor kan gebruik gemaakt worden van tijdreeksen, waarmee de huidige ontwikkelingen in perspectief geplaatst worden.

2013-04-23 / Rapporten / 80 pagina's / 15638 kB

Mogelijke effecten van de Kabinetsmaatregelen op de woningmarkt

In dit rapport wordt een beeld geschetst van het effect van deze maatregelen voor het brede woondomein. Hierbij wordt aandacht besteed aan vier thema’s: 1. De ontwikkeling van de huren staat centraal. 2. Vervolgens gaat het om de betaalbaarheid. Hoe verhouden de huren zich tot de inkomens en wat betekent dit aan huurtoeslaguitgaven. 3. Daarna gaat het om de dynamiek in de vraag naar huur en koopwoningen en de huisvesting van inkomensgroepen. 4. Tenslotte komt de financiële positie van de corporaties in beeld.

2013-01-10 / Rapporten / 63 pagina's / 457 kB

Internationale vergelijking van woonuitgaven met EU-SILC

In 2010 publiceerde Eurostat, de statistische dienst van de Europese Unie, een grafiek die aangeeft dat Nederland binnen de Europese Unie (EU) het land is met de hoogste totale woonquote. Deze quote geeft de totale woonuitgaven weer als aandeel van het besteedbaar inkomen. Bij de totale woonuitgaven gaat het om de woonuitgaven sec (huur en hypotheeklasten) die worden opgeteld bij de bijkomende uitgaven (zoals energielasten en uitgaven voor onderhoud). Per saldo impliceert de figuur, dat wonen in Nederland duur is.

2013-01-10 / Rapporten / 26 pagina's / 1125 kB

Het inkleuren van voorkeuren, de woonconsument bekent

Het woningmarktonderzoek in Nederland is gedurende zijn lange historie waardevol gebleken. Het Woon Onderzoek Nederland (WoON) heeft daarin een voorname positie. Eén van de kanttekeningen die echter bij dit onderzoek kan worden geplaatst heeft betrekking op de wijze van meten. In het WoON worden de wensen van de respondent namelijk in kaart gebracht via een aantal losse vragen.

2013-01-10 / Rapporten / 82 pagina's / 5162 kB

Crisis en woningmarkt

De Nederlandse woning(bouw)markt is vanaf de tweede helft van 2008 sterk beïnvloed door de ge-volgen van de in de Verenigde Staten van Amerika ontstane kredietcrisis. Deze beïnvloeding liep en loopt via twee sporen, de financiële markten en de reële economie, die natuurlijk onderling verbonden zijn. In dit essay richten we ons vooral op de relatie tussen de financiële markten en de woningmarkt. Centrale vragen zijn: wat zijn de ‘transmissiekanalen’ tussen de financiële markt en de woningmarkt, wat kan verwacht worden ten aanzien van de ontwikkeling van de financiële markten in de komende jaren en wat betekent dit voor de woningmarkt.

2013-01-10 / Rapporten / 74 pagina's / 748 kB

Het wonen overwogen

Dit rapport bevat de resultaten van het WoonOnderzoek Nederland (WoON) 2009. Het WoOn meet sinds 1964 bij personen van 18 jaar en ouder onder andere verhuiswensen en feitelijk verhuisgedrag. De enquête is gehouden van september 2008 tot en met mei 2009. Slechts een deel van de ontwikkelingen op de woningmarkt blijkt in dit onderzoek gevoelig voor de gevolgen van de kredietcrisis.

2013-01-09 / Rapporten / 88 pagina's / 4512 kB

Buurtleefbaarheid beschreven: Ontwikkeling in de veertig aandachtswijk

Rapport over de ontwikkeling van de leefbaarheid in de 40 wijken en de beleidsinvloeden bij de gemeten leefbaarheidsverbetering. Het rapport concludeert dat de leefbaarheid in de 40 aandachtswijken voorzichtig verbetert en dat sinds de start van de wijkaanpak de buurtbewoners duidelijk meer vooruitgang ervaren dan in de voorgaande periodes.

2013-01-09 / Rapporten / 52 pagina's / 2322 kB

Jongerenoverlast in perspectief

Dit onderzoek is erop gericht om de kennis over en de verklaring van (de perceptie van) jongerenoverlast vanuit het perspectief van de woonomgeving te versterken. Bovendien wil het onderzoek inzicht geven in de mate waarin etniciteit een rol speelt bij de perceptie van overlast.

2013-01-09 / Rapporten / 102 pagina's / 6193 kB

Woonuitgaven huurders en kopers: uitkomsten WoON2009

Rapport over de woonlasten en inkomens van huishoudens in de huur- als koopsector. Tussen 2006 en 2009 gaven huishoudens 23% en 16% van hun besteedbaar huishoudinkomen uit aan woonlasten voor respectievelijk huur- en koopwoningen. Deze zogenoemde huur- en koopquotes zijn in die periode stabiel gebleven. De uitkomsten zijn gebaseerd op het Woononderzoek Nederland (WoON) 2009.

2013-01-09 / Rapporten / 64 pagina's / 3484 kB

Omslagpunten in de ontwikkeling van wijken

De ontwikkeling van wijken kent een natuurlijk vervalproces. Verslechtering van leefbaarheid en selectieve migratie versterken elkaar, en zonder externe positieve prikkels zal de leefbaarheid in wijken met leefbaarheidsproblemen slechter worden. Het onderzoek identificeert vier omslagpunten in dit natuurlijke ontwikkelingsproces.

2013-01-09 / Rapporten / 64 pagina's / 7134 kB

De woningmarkt in krimpgebieden

In deze studie is een beeld geschetst van het functioneren van de woningmarkt in drie ‘krimpregio’s’ (Parkstad Limburg, Noordoost Groningen en Zeeuws Vlaanderen) en twee zogeheten ‘anticipeerregio’s’ (Midden-Limburg en Achterhoek). De studie brengt de ontwikkelingen in de afgelopen 10 jaar in deze regio’s in beeld. De bevolkingsontwikkeling wordt in kaart gebracht, evenals de binnenlandse verhuisstromen en de motieven die hierbij gelden. Ook wordt ingegaan op de gevolgen van de krimp voor de vraag-aanbodverhoudingen, de leefbaarheid en de prijsvorming op de koopwoningmarkt. De uitkomsten leveren een divers beeld op. De bestudeerde regio’s hebben ieder een duidelijk eigen profiel. Maar er zijn ook diverse overeenkomsten.

2013-01-09 / Rapporten / 69 pagina's / 2855 kB

Analyse naar de verhuisgeneigdheid en het daadwerkelijke verhuisgedrag

In hoeverre heeft de crisis de woonwensen en het verhuisgedrag van consumenten écht veranderd in vergelijking met voorgaande jaren? Om dit te achterhalen is er in 2011 aan de hand van het WoonOnderzoek Nederland (WoON) een extra tussenmeting gedaan. In dit rapport vindt u de resultaten van het onderzoek. Er wordt inzichtelijk gemaakt in hoeverre verhuisplannen daadwerkelijk zijn gerealiseerd. En als dat niet het geval was, waarom niet. Aan de mensen die wel zijn verhuisd, is gevraagd of de woonwensen zijn bijgesteld. Daarnaast wordt de verhuisgeneigdheid anno 2011 in beeld gebracht.

2013-01-09 / Rapporten / 37 pagina's / 524 kB

Peiling woonvoorkeuren en reacties beleidsplannen

In dit document wordt ingegaan op de verhuisgeneigdheid anno 2011 en er wordt gekeken naar de reacties van woonconsumenten op twee beleidsplannen: Het besluit van de Europese Commissie dat sociale verhuurders 90% van hun beschikbaar gekomen woningen met een huur onder de liberalisatiegrens moeten verhuren aan huishoudens met een belastbaar jaarinkomen lager dan €33.000 (grens per 1 januari 2010). En het kabinetsplan om het mogelijk te maken om in de gereguleerde huursector om - als de bewoners een belastbaar jaarinkomen hoger dan €43.000 hebben - de huur met maximaal 5% te verhogen, bovenop de reguliere huurverhoging. De bron is een extra tussenmeting van het WoonOnderzoek Nederland (WoON) die in 2011 is uitgevoerd.

2013-01-09 / Rapporten / 5 pagina's / 337 kB

Buurtparticipatie en leefbaarheid

In het rapport Buurtparticipatie en leefbaarheid wordt de samenhang tussen leefbaarheid en buurtparticipatie in beeld gebracht. Met buurtparticipatie wordt onder andere bedoeld: meedoen in de wijk; participeren aan buurtactiviteiten, het doen van vrijwilligerswerk in de buurt, bijdragen aan de leefbaarheid in de buurt . Buurtparticipatie blijkt een positieve invloed te hebben op de ontwikkeling van leefbaarheid. Dit verband is niet te zien in wijken met een ‘extreme uitgangspositie’: een (zeer) negatieve of juist een zeer of uiterst positieve leefbaarheid. De positieve invloed van buurtparticipatie op de ontwikkeling van de leefbaarheid lijkt vooral samen te hangen met de sociaal stabiliserende invloed van participatie: er ontstaat een sociaal netwerk en sterkere binding met de buurt en daardoor minder snelle doorstroming in een buurt.

2013-01-09 / Rapporten / 95 pagina's / 2118 kB